Verpleeghuisarts Bert Keizer

Verpleeghuisarts Bert Keizer, auteur van de klassieker Het refrein is Hein; leven en sterven in een verpleegtehuis, was bereid te reageren op de vijf doelstellingen: Doelstelling 1. “Je hebt als familie een huisarts nodig die zich wil inzetten voor een patiënt met dementie. Heb je die niet, dan ben je in de aap gelogeerd. Ik zie geen bijzonder heil in direct contact met de geriater. Die heeft geen enkel aandeel in thuisverpleging. Ik zou als mantelzorger liever direct communiceren met een casemanager of sociaalpsychiatrisch verpleegkundige (spv’er). Die zijn veel deskundiger als het gaat om de thuissituatie.” Doelstelling 2. “Goed idee, maar daar was de sector zelf ook wel op gekomen. Het betekent onder andere dat je alleen verpleegkundig personeel kunt aannemen van een hoog opleidingsniveau. Dat personeel is nu niet aanwezig omdat het Nederlandse volk dat niet wil betalen. We hebben daar met z’n allen geen geld voor over en laten deze sector gewoon barsten. Ik zit al dertig jaar in het vak, en het is al jaren zo. Nu doen mensen werk dat veel te zwaar is, gezien hun opleidingsniveau. En juist op die groep wordt volkomen onterecht gemopperd. Ze werken zich een slag in de rondte en doen echt hun best. Je kunt het wat mij betreft niet grof genoeg formuleren: we hebben samen geen fuck over voor deze groep patiënten en deze sector. Staatssecretaris Martin van Rijn dat is ergerlijke onzin. De maatregelen van dit kabinet zullen er toe leiden dat veel meer mensen langer thuis moeten rondtobben in slechte omstandigheden.” Doelstelling 3. “Mooie stelling, maar ook dit kan alleen met voldoende geld. In het verpleeghuis waar ik werk doen wij echt ons best. Maar ook bij ons zijn er te weinig activiteiten voor dementerenden.” Doelstelling 4. “Er is wel controle op medisch handelen via het tuchtcollege, maar dat duurt inderdaad maanden. Het is ook waar dat je niks hebt aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Over de rol van de Inspectie in der verpleeghuiszorg luidt mijn stelling: als het kalf verdronken is, komen zij een nieuwe put graven. Als je moeder of vader iets verschrikkelijks overkomt, is dat het laatste adres waar je moet zijn. De Inspectie lijkt in de media soms heel alert, maar ze lopen altijd met een grote boog heen om de werkelijke shit. Als verpleeghuisarts probeer je in overleg met familie, tot een beleid te komen waar iedereen gelukkig mee is. Als dat niet lukt, blijf je als hulpverlener knokken voor consensus. Ik heb ook wel eens familieleden die boos zijn. Dan gaan we rond de tafel zitten om er uit te komen. Ik heb gelukkig maar één keer meegemaakt dat mensen naar een ander verpleeghuis zijn gegaan. Zo’n arbitragecommissie lijkt een oplossing, maar wie moeten daar inzitten? Misschien is het een betere oplossing als interne klachtencommissies ook een snelle procedure gaan bieden, uiteraard met een voor alle betrokkenen bindend advies.” Doelstelling 5. “Familie mag altijd deelnemen aan de zorg. Ik zou meteen een kort geding aanspannen als ik dat niet mocht. Ik denk niet dat er een rechtsgrond bestaat om dit te weigeren. Beperkte bezoektijden kun je wel afdwingen, maar alleen als een bezoeker zich bij herhaling ernstig misdraagt.”